hemelvaartVandaag is het Hemelvaartsdag. Een dag waarop herdacht wordt dat de Here Jezus naar de hemel is gegaan.

De hemel; zou die bestaan? En zo ja, waar is de hemel dan te vinden?
Tijdens de preek liet de predikant een lied van Stef Bos horen, “De Hemel”.

https://www.youtube.com/watch?v=x_53NWPeBUM

Nu raakt Stef Bos mij vaak. Zijn melodieën en teksten klinken melancholisch. Wat mij in zijn liedjes treft is zijn zoektocht naar wat hij na zijn jeugd is kwijtgeraakt: zijn geloof!
In dit lied laat hij horen hoe hij als klein kind over de hemel dacht. Het derde couplet vertolkt dat hij niet meer weet waar de hemel is. De hemel waar hij als kind in geloofde is verdwenen.
En dan volgt zijn zoektocht. Blijkbaar mist hij de hemel.
Hij volgt Zarathustra (“Het geloof zit daarom ook niet in het aanvaarden van een leer, maar in het denken, zeggen en doen van het goede. “ Bron: Wikipedia). Maar ook hierin vindt hij de hemel niet.
Hij blijft de hemel hier op aarde zoeken, op plaatsen en in mensen. Het enige dat hij vindt is kortstondig geluk.

In het lied staat de zin: “Toen zag ik de hemel als een kind.”
Nou Stef, daar zit nou net de crux. Geloven als een kind. Geloven in een plaats waar geen verdriet meer bestaat, waar iedereen volmaakt gelukkig is.
Maar die plaats zit niet in dingen of in mensen. Niet ergens boven in de lucht, pas bereikbaar na een allerlaatste zucht.
De hemel is daar waar Christus is.
Zoek Christus en vind de hemel.

Een fijne hemelvaartsdag gewenst.

Link | Geplaatst op door | Een reactie plaatsen

Vakantie; waarom Italianen afval scheiden

Lago_maggiore_karteVakantie; ieder jaar weer een avontuur op zich.

Dit jaar kozen we voor een land waar we nog niet eerder waren geweest: Italië aan de Middellandse Zee, dus wat temperatuur betreft zou het wel snor zitten. We wilden naar het Lago Maggiore. Wat afstand betreft net onder de duizend kilometer. Dus dat was ook heel acceptabel. En de prijs, ach we zaten nog buiten het hoofdseizoen, die viel binnen ons budget.

Op internet maar eens gekeken naar vakantiewoningen rond het Lago Maggiore en zowaar vonden we een exemplaar dat aan onze eisen voldeed. Niet te groot, maar voldoende voor vier personen (de twee jongste kinderen gingen met ons mee). Gelegen in een klein stadje, op zo’n tweehonderd meter van het meer, aan een klein pleintje met een aantal winkels en aan de rand van het centrum. ‘s-avonds was er ook voor de kinderen waarschijnlijk genoeg te beleven, dus de keuze was snel gemaakt. image_640

De foto op de website toonde een leuk pleintje met een standbeeld van een of andere plaatselijke beroemdheid en er werd ook een lokale markt gehouden. Wat wil een mens nog meer. Snel geboekt en ons verder voorbereid op de reis.

De dag voordat we zouden vertrekken nog even naar het weer in die regio gekeken. Ja hoor, 12 graden, volop regen en de komende dagen weinig kans op verbetering. Maar goed, zo snel laten we ons niet uit het veld slaan, we vertrekken ruim op tijd. Van tevoren hadden we de sleutelbewaarder van onze aankomst op de hoogte gebracht en hij zou ons voor het appartement ontmoeten.

Toen wij de laatste bocht voor het pleintje maakten (we mochten onze auto op het pleintje parkeren) werden we door de plaatselijke veldwachter een andere kant op gedirigeerd. De markt was wel afgelopen, maar het plein was nog niet schoongemaakt. Na wat rond te hebben gereden, vonden we een parkeerplaats, niet te ver van ons appartement. Na enige tijd verscheen de sleutelbewaarder om ons naar het appartement te brengen. We waren al gecharmeerd van het lokale pleintje en ook erg benieuwd hoe het er vanaf de tweede etage uit zou zien. Vol spanning liepen we naar ons balkon om te worden verrast met een prachtig uitzicht…. op de dakpannen van onze achterburen.DSCF7711

Wel hadden we over de volle lengte van het appartement een balkon waarop in de breedte precies een plastic tuinstoeltje paste, dat is dus ongeveer 60 centimeter. Het appartement was eenvoudig maar compleet, dus daarover werd niet geklaagd. Vervolgens vertelde de man ons vol trots dat in Italië het huisvuil wordt gescheiden. Hiervoor kregen wij de beschikking over een drietal plastic zakken waarin verpakkingen, papier en organisch afval gedeponeerd moest worden. Ons werd op het hart gedrukt dat afval scheiden heel belangrijk was en dat we dit naar eer en geweten moesten doen. Met de hand op het hart beloofden we ons aan de Italiaanse spelregels te houden.

De volgende dag, een zondag, werden we gewekt door het klokkenspel van de kerk die hemelsbreed (een toepasselijke woordspeling) 200 meter van ons verwijderd lag. Normaal gesproken is dat geen enkel probleem, ware het niet dat Italianen al om zeven uur naar de kerk worden geroepen. Blijkbaar geven zij aan deze oproep niet allemaal gehoor, want om half negen krijgen ze een tweede kans en om tien uur nog een derde. Dit alles voorafgegaan door luid en langdurig klokkengebeier. Maar ach, het is vakantie en we hebben nog een hele week voor ons. Tijd genoeg om uit te slapen.

Na deze zondag, waarop we tussen de regenbuien door het stadje verkenden en op tijd ons bed opzochten, brak de maandag aan. En met aanbreken bedoel ik ook echt “aanbreken”. Dit was het moment om kennis te maken met de andere kant van Italiaanse afvalscheiding, namelijk de ophaaldienst. Om ongeveer half zeven in de ochtend werd op zo’n 10 meter afstand van ons appartement de eerste glascontainer geleegd in een zo goed als lege vuilniswagen. Wie wel eens in de buurt van een glascontainer heeft gestaan die wordt leeggestort in een vrachtwagen, weet hoeveel lawaai lege glazen flessen kunnen maken. Voeg daar een stille maandagmorgen aan toe gelardeerd met een smal steegje tussen hoog oprijzende gebouwen en het inferno is compleet. Binnen een fractie van een seconde zit je rechtop in bed met een hartslag rond de tweehonderd. Nadat de vrachtwagen was vertrokken en de rust was weergekeerd, arriveerde er weer een vrachtwagen. Dit herhaalde zich voordat het acht uur was nog twee keer.

Op dinsdagmorgen, ook weer rond een uur of half zeven, wordt dan het papier opgehaald. En op woensdagmorgen volgt dan rond hetzelfde tijdstip het organisch afval.

Onze conclusie is dat Italianen aan buitenlanders willen laten zien en horen dat zij afval scheiden zeer serieus nemen en daarom vakantie-appartementen en -woningen zo dicht mogelijk bij containers plaatsen.

Wat valt er verder nog over onze vakantie te melden? We hebben nog een leuke boottocht gemaakt naar een paar eilandjes in het meer. Een bezoekje aan Milaan voor een mode-outlet waar kleding van zeer bekende couturiers met aanzienlijke korting te koop werd aangeboden. Oké, de kleren en schoenen waren inderdaad afgeprijsd. Je moet dan denken aan rokjes van 2000 euro die afgeprijsd zijn naar 600. Of een paar bootschoenen (je weet wel van die blauwe stoffen schoenen met een rubber zool) van 180 euro voor 80 euro. Bijna alle kleding, ongeacht of het een T-shirt of een pantalon was, bleef boven de 100 euro. Of de couturiers beroemd waren? Geen idee. Ik kende en herkende geen enkele naam.

Het bezoekje aan de botanische tuin, begeleid door de prachtige klanken van Vivaldi’s Vier Jaargetijden, in ons eigen vakantiestadje gaf ons de volgende dag meer voldoening dan het hele tripje naar Milaan.

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

De generatiewisseling

generatiewisselingHet is nog nacht als de telefoon gaat. Slaperig neem ik op en luister naar een emotioneel relaas aan de andere kant van de lijn. Als het gesprek is afgelopen, voel ik me een generatie ouder.

Dit zou zo maar een blog kunnen zijn over slecht nieuws. Dat is het niet. Lees maar verder.

Al sinds bekend is dat mijn dochter en schoonzoon in verwachting zijn van hun eerste kindje, hoor ik niets anders dan: Opa worden is zo leuk. Je weet niet wat je overkomt. Je hebt alleen de lusten en niet de lasten van kleine kinderen. Er gaat een nieuwe wereld voor je open. Het is alleen maar genieten. Enz.

Je begrijpt het misschien al, het telefoongesprek was een mededeling van mijn schoonzoon dat hij vader en ik grootvader was geworden.

‘s-Middags naar de kersverse ouders getogen om de jongste aanwinst te bewonderen. De deur wordt opengedaan door een tweetal in een of ander verpleegkundig uniform gestoken dames; de kraamhulpen. Waarschijnlijk was onze komst al aangekondigd, want we mochten zonder problemen naar binnen.

Eenmaal binnen mogen we meteen doorlopen naar de kraamkamer, waar mijn dochter op bed ligt. De trotse vader loopt nog wat onwennig heen en weer en probeert alles tegelijk te regelen: drinken voor de familie, zorgen voor zijn vrouw en aandacht geven aan zijn kind. Oh ja, ook nog instructies krijgen van de kraamhulpen over de komende nacht. Het gaat hem buiten verwachting goed af.

Als ik daar op die kamer zit te genieten van mijn familie, schieten mij de woorden te binnen die ik al die maanden daarvoor al heb gehoord over het opa-schap. Ik denk dat ik geen goede opa ben, want ik voel dit nog niet. Ik voel me helemaal geen opa, maar het is net of ik naar een herhaling in mijn leven zit te kijken. Per slot van rekening hebben wij zelf ook vier dochters gekregen en dit tafereeltje voelt wel heel vertrouwd. Als dan het kleine meisje begint te huilen, is mijn eerste reactie dan ook om het op te pakken en te gaan troosten. En dan valt het kwartje. Afblijven opa, je dochter is moeder geworden. Je eerste dochtertje, die je zelf zo vaak geknuffeld en getroost hebt. Met heel andere ogen kijk ik nu naar een jonge vrouw die net bevallen is van haar eerste kind. Een jonge vrouw (en ook een jongeman) die gestegen zijn op de generatietrap. Gestegen van kind, naar echtgenote, naar moeder.

En ook ik ben een treetje hoger gaan staan (misschien zijn we allemaal wel aan het afdalen i.p.v. opklimmen). Ik heb de opa-trede bereikt. Maar dat voelt nog wat onwennig. Zo hoog (of laag) heb ik nog nooit gestaan. Dit is nieuw voor mij. En ik moet altijd even wennen aan nieuwe dingen.

Opa zijn, het mooiste dat er is? Het lijkt me geweldig.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Vergaderen met hindernissen

treinperikelenHet is een koude dinsdagmorgen waarop ik al heel vroeg onze geliefde spoorwegen weer eens een kans geef om te laten zien dat vervoer van mensen en goederen echt hun ding is.

Druk is het in ieder geval nog niet. In mijn coupe zitten een paar medereizigers net als ik slaperig voor zich uit te staren. De conductrice komt voorbij en controleert na een vrolijk “goede morgen” onze vervoersbewijzen. Tot haar en onze opluchting is alles in orde en twee stations lang is alles pais en vree. Dan verschijnt de conductrice voor de tweede keer. Ditmaal heeft zij de vervelende taak en mededeling dat deze trein nog twee stations door zal rijden om daarna dezelfde route in omgekeerde volgorde weer af te leggen. Er is een wisselstoring en het lijkt niet verantwoord om op deze route verder te reizen.

Er volgt nog wel een reisadvies: Overstappen op het volgende station en onze reis richting het westen verder vervolgen via een omweg in noordelijke dan wel zuidelijke richting. Al met al een vertraging van ongeveer een uur. Berustend in ons lot beginnen mijn treinstelgenoten en ik uit te zoeken welke alternatieven het best bij ons zullen passen. Terwijl we daarmee druk bezig zijn, klinkt door de luidsprekers weer de stem van de conductrice: “Beste mensen, de plannen van de spoorwegen zijn veranderd. Op het komende station blijft deze trein een kwartiertje staan, waarna wij onze reis in de oorspronkelijke richting zullen voortzetten. Onze excuses voor het ongemak. Leuker kunnen we het niet maken (waar heb ik dat eerder gehoord?)”.

Mijn blijdschap over deze ontwikkeling wordt door mijn reisgenoten niet gedeeld. Een enkeling besluit om toch de trein te verlaten en zijn geluk op een alternatieve route te proberen. Ik vraag nog of dit wel zo’n goede beslissing is omdat dezelfde spoorwegen ook op die alternatieve routes rijden. Maar met een “Ik houd wel van een gokje” neemt hij afscheid van ons. De held. We hebben hem die dag niet weer gezien. Moge hij reizen in vrede.

Diegenen die samen met mij wat minder avontuurlijk zijn ingesteld, of iets meer vertrouwen in deze vervoersmaatschappij hebben, blijven in de trein zitten. De machinist krijgt opdracht om de trein zolang op het rangeerterrein te parkeren tot er een plaatsje aan een van de perrons is vrijgekomen. Omdat het rangeerterrein achter ons ligt en wij dus een terugtrekkende beweging moeten maken, verzoekt hij ons vriendelijk maar dringend tijdens deze actie niet aan de noodrem te trekken. We moeten gewoon vertrouwen dat alles wel weer goed zal komen.

Als we na een paar minuten weer naar het station vertrekken, lijken onze problemen voorbij te zijn. Echter, tijdens het vertrek van het station naar onze volgende bestemming klinkt er opgewekt uit de luidsprekers de volgende mededeling: “Dames en heren, hartelijk welkom in de intercity naar ENKHUIZEN.” Maar ik moet naar ROTTERDAM. Spoorwegen, hebben jullie mijn kaartje niet gelezen? Op het volgende station maar weer overstappen en zo zit ik dan eindelijk in de trein die mij naar mijn bestemming gaat brengen.

In Rotterdam aangekomen denk ik dat er nu niets meer kan gebeuren. Vol goede moed loop ik naar het metro-station om de metro naar mijn eindbestemming te nemen. Nu gaan er meerdere metro-lijnen via mijn eindbestemming naar het hunne. Ik kan zelfs kiezen tussen drie verschillende lijnen. Vol goede moed stap ik in de metro die als eerste zal vertrekken om er vervolgens achter te komen dat die precies de andere kant op rijdt dan waar ik naar toe moet. Tja, metro’s rijden heen en terug hè. Uiteindelijk heb ik mijn reisdoel gehaald.

Nu ik dit schrijf ben ik intussen weer thuis aangekomen. Al met al geen slecht resultaat voor 2 uurtjes vergaderen.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Heilig vuur(tje)

heilig-vuurEr zijn mensen die dat hebben hé, zo’n heilig vuurtje.

Ze vertellen vol (heilig) vuur over hun motieven. Ze willen hun motieven opleggen aan anderen. Ze onderdrukken en moorden er voor. Ze beginnen er zelfs oorlogen om. En dat alles in de heilige overtuiging dat het goed is wat ze doen.

Ik vraag me dan af hoe heilig hun vuur is, hoe zuiver hun beweegredenen. Wat drijft hen écht. Het is opvallend hoe vaak mensen dat voor anderen doen. Ze komen op voor anderen. Ze overtuigen voor anderen. Ze vechten voor anderen. Nooit voor zichzelf, want dat zou niet heilig zijn.

Als ze op zouden komen voor de zwakkere of de mindere in de maatschappij, dan kon ik er nog wel begrip voor opbrengen. Maar dat is niet zo. Ze komen op voor hun God of voor hun goden. Soms ook nog voor profeten of boodschappers. En soms zijn ze bereid om geweld toe te passen. Wil je niet luisteren, dan ram ik het er wel in! Terwijl hun God of goden juist vrede en geweldloosheid voorstaan. Eigenlijk te gek voor woorden.

En zo’n heilig vuurtje brandt echt niet alleen voor hogere machten. Ook voor mensen zijn ze bereid om de hiervoor genoemde dingen te doen. En dan weer niet voor zwakkere, maar juist voor sterkere of hogere mensen. De directeur van het bedrijf bijvoorbeeld, die geweldige trainer/coach van het team, of die beroemde acteur of zanger. Of op kerkelijk gebied, de voorganger in de kerk. Mensen die uitstekend in staat zijn voor zichzelf op te komen, moeten zo nodig door hen (de mensen van de stam van het heilige vuur) verdedigd en beschermd worden. En hun idolen vragen er ook nog niet eens om!

Dan bekruipt mij stiekem de gedachte: “hoe heilig is dat vuur en voor wie brandt het eigenlijk?”

Willen die mensen soms laten zien hoe goed zij hun idool begrijpen? Er zoveel om geven? Laten zien hoe geweldig hun idool is? Zien zij dan niet dat zij door zo’n houding juist aangeven dat hun idool helemaal niet zo groot en machtig is. Omdat hun idool door hen beschermd moet worden. Waarom? Valt hij anders van zijn/haar voetstuk? Of willen die mensen eigenlijk iets anders laten zien? Iets in de geest van: “Kijk mij eens goed zijn. Zie eens wat ik durf, kan en doe. Ik kom op voor…vul maar wat in.”

Maar best lid van de stam van het heilige vuur, dat is toch niet de bedoeling? Het gaat toch om de ander en niet om jou? Het gaat toch om de zwakkere medemens. Díe heeft bescherming nodig. Díe is het waard om voor op te komen.

Kijk naar Jezus. Hij kwam bij de zwakke, de verachte, de zondige mensen. Hij ging voor hen staan, zodat God door Jezus heen naar de mensen keek. Zo wordt God herinnerd aan het offer van zijn Zoon en ziet Hij de zonden van de mensen niet meer. Maar dan moet je wel àchter Jezus staan en niet naast Hem. Dan hoeft jouw heilig vuur niet hoog op te laaien. Sta je naast Jezus en wil je met Hem concurreren of denk je het zonder Hem te kunnen, nou dan kom je heilig vuur te kort. Maar sta je achter Hem en volg je Hem waar Hij ook gaat, dan wordt je aangestoken door Zijn Heilig Vuur. En dooft het jouwe.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Fiets gejat!!!

fiets gejatHet is vrijdagavond, volleybal-avond. Ik word opgehaald door mijn volleybalmaatje en samen rijden we naar de sportzaal. Daar aangekomen wachten we op de rest van de spelers. Wat nog niet zo vaak voor is gekomen, gebeurt nu. Er zijn te weinig mensen om te kunnen spelen en oefenen. Het is niet anders en berustend keren we huiswaarts, onderweg nog gezellig bijpratend. We hebben naast het volleybal nog een gemeenschappelijke interesse: schrijven. Voordat we het in de gaten hebben staan we al weer bij mij voor de deur. Daar nemen we afscheid en wensen elkaar een goed weekend.

Eenmaal binnen mis ik toch wel de lichamelijke beweging. Mijn vrouw zit achter de computer te werken. Daarom besluit ik nog een eindje te gaan fietsen. Na een uurtje gefietst te hebben kom ik weer thuis. Daar tref ik niemand aan. Dat is vreemd, want mijn vrouw had niet gezegd dat ze nog weg zou gaan. Na een paar minuten zie ik onze auto aan komen rijden en loop ik alvast naar de voordeur om deze voor mijn vrouw open te doen. Tot mijn verrassing staat onze jongste dochter voor de deur, met een gezicht van zeven dagen onweer. Ze zou deze avond bij ons een tv-serie komen kijken, maar ik wist niet dat mijn vrouw haar op moest halen. Toch maar even gevraagd waarom de donder en bliksem van haar gezicht valt af te lezen. Dan barst ze los en vertelt dat haar fiets is gestolen. Ze is verschrikkelijk boos, want haar fiets stond gewoon op slot. Dit keer alleen niet met een kabel extra verankerd aan een paal of fietsenrek. Ze had mijn vrouw gebeld om haar op te komen halen en was haar alvast tegemoet gelopen. Dat had mijn vrouw echter niet goed gezien (wat ik me in het donker heel goed voor kan stellen) en was haar dus voorbij gereden. Al met al was er nu genoeg reden om zwaar gedesillusioneerd te raken. Als ik mijn armen om haar heen sla om haar te troosten, laat ze dit tot mijn grote verrassing gewoon toe. Normaal gesproken zwelgt ze in haar eigen puberale verdriet. Dit lijkt op een aangename volwassen reactie. Zou haar puberteit nu eindelijk aan het afnemen zijn? Ik durf het bijna niet te hopen.
Gewoonlijk is het vervolg op zo’n diefstal (ja, het is al vaker gebeurd): “Ik moet een nieuwe fiets!” Onze reactie daarop is dan meestal: “Je pakt maar een oude fiets uit de schuur!” Waarop het volgende antwoord komt: “Je denkt toch niet dat ik op zo’n oud ding ga fietsen; dan krijg ik rugpijn; ik zit als een idioot op zo’n oud barrel; ik schaam me rot; denk je dat ik gek ben; ik ga nog liever lopen.” Na deze stortvloed aan informatie waarom ze niet op een oude fiets wil zitten, overkomt haar dan een diepe droefenis. Haar leven is mislukt. Het zit ook altijd tegen. Altijd gebeurt dit bij haar, nooit bij een ander. Waarom heeft ze geen rijke ouders? Dan had ze al haar rijbewijs kunnen hebben en zou haar fiets ook niet gestolen kunnen worden. Ja, als puber zit het leven niet vaak mee.

Het lijkt er nu op dat haar boosheid vooral gericht is tegen de dader. In mijn ogen geheel terecht natuurlijk. Eindelijk hebben we een gezamenlijke vijand ontdekt. De dader! Een booswicht pur sang! De schavuit, de rekel, de boosdoener, de bandiet, de schurk, de etter… de termen worden steeds plastischer. Heerlijk om zo met een dochter een ander de schuld te kunnen geven van haar rotgevoel. Eindelijk ben ik niet de oorzaak van haar slechte humeur. Ik ben de dief bijna dankbaar. Bijna hè, bijna!

Dan nu de vervolgafspraken. “Tja, het lijkt erop dat we op zoek moeten naar een andere fiets.” Waarop de gebruikelijke reactie had moeten zijn: “Ik wil wel een nieuwe, geen oud barrel!” Maar ook nu volgt er een aangename verrassing: “Dat kan toch helemaal niet. Ik heb geen geld!” Dat laatste klopt. Ze is druk bezig met haar autorijlessen en daar gaat al haar spaargeld aan op. Gelukkig kan ik haar aanbieden dat wij voor een andere fiets willen betalen, mits deze niet te duur is. Dat stelt haar gerust. Ik stel dan ook voor om de volgende dag op zoek te gaan naar een ander exemplaar en vraag haar in al mijn onschuld om wat eerder dan gewoonlijk haar bed uit te komen. Dan merk ik dat de puberteit nog niet geheel voorbij is. “Wat denk je nu? Het kan toch niet zo zijn dat mijn enige vrije dag hieronder moet lijden! Ik heb ook nog een leven! Doe dat de volgende week maar!” Gelaten laat ik het maar over me heen komen in de hoop dat haar leven er morgen weer wat realistischer uitziet.

De volgende dag haar maar rond het middaguur een appje gestuurd (ja, dat is ook bij ons dé manier van communiceren geworden). Na een paar minuten komt er een berichtje terug of het ook goed is dat we over een uurtje samen kunnen gaan kijken naar een andere fiets. Natuurlijk vind ik dat prima. Enige tijd later zitten we samen achter de computer op marktplaats te kijken of er in de buurt nog iets aangeboden wordt. Gelukkig zijn er in onze stad verschillende mensen die fietsen te koop aanbieden. En zowaar staat er een exemplaar tussen dat aan onze verwachtingen voldoet. (Sorry fietsenmaker, dit keer kun je ons geen fiets leveren.)

Enige tijd laten komen we trots op onszelf weer thuis, een fiets en een kabelslot rijker en honderd euro armer. Tsja, pubers zijn niet goedkoop!

Geplaatst in Uncategorized | 6 reacties

Verliezen in vertrouwen

verliezen in vertrouwenVerliezen in vertrouwen

Wat je al niet met een opschrift kunt zeggen.
Mijn gedachten en gevoelens zwabberden de afgelopen weken alle kanten op.
Net een maand geleden trouwde een van onze dochters. Kort daarop ging het met mijn moeder steeds verder achteruit. Tot zij twee weken geleden “uit de tijd raakte”. Na enkele jaren, waarin ze steeds meer inleverde van haar gezondheid, gaf haar lichaam het uiteindelijk op. Nu heeft zij rust gevonden. Ook geestelijke rust. Want altijd heeft zij gemeend dat het verlossend werk van Christus niet voor haar bestemd was. Wel voor anderen, maar niet voor haar. Tot op hoge leeftijd was zij hier niet van af te brengen. Door geen predikant, ouderling, familie of vriend. Maar de laatste jaren mochten wij meemaken dat er een verandering optrad. Van een vaste overtuiging dat het eeuwige leven niet voor haar was, naar een nog vaster vertrouwen dat er ook voor haar een plaats was klaargemaakt in de hemel. Dat maakt dat wij als kinderen kunnen zeggen: “Wij hebben onze moeder verloren in het vaste vertrouwen dat we haar straks weer mogen zien.”
Of zoals een van onze kinderen het zei: “Oma geniet, wij hebben verdriet.” Maar ons verdriet gaat voorbij.
Dat is verliezen in vertrouwen.

En dan zit ik zondags in een kerk waarin ik steeds meer ruimte krijg. Letterlijk dan. Nee, niet omdat we naar elkaar steeds toleranter worden. Eerder het tegendeel. Die intolerantie jaagt ons steeds verder uit elkaar. Vaak volgt daarop dan de overstap naar een andere kerk. En laten we eerlijk zijn. Het is tegenwoordig ook heel gemakkelijk om over te stappen naar een andere kerk. Die overstap wordt vaak niet gemaakt omdat Gods Woord niet meer, of op een onjuiste manier, wordt verkondigd, maar omdat we het zelf ergens niet mee eens zijn. Of het met bepaalde mensen niet meer kunnen vinden. Of dat bepaalde vormen in kerkbeleving niet of juist teveel veranderen. Zo verdwijnt wat God wil naar de achtergrond en komt wat wij willen op de voorgrond te staan. Dan gaat het mis.
We houden steeds minder rekening met de mening en gevoelens van anderen. Het gesprek aangaan met de ander om toch samen verder te kunnen in één kerk, wat best lastig kan zijn want dat betekent dat je echt naar de ander moet luisteren, ontaardt vaak in een verdedigen van hetgeen ons scheidt. Eigenlijk moet je dan over je eigen grote ego heenstappen om de ander te kunnen zien en te luisteren naar wat er echt door hem wordt gezegd. Dat is voor velen echter een stap te ver.
Nog niet zo heel lang geleden kenden we in protestants Nederland veel minder verschillende kerken. De verschillen tussen deze kerken was vele malen groter dan tegenwoordig het geval is met de veelheid aan kerken en geloofsgroepen. Dat maakte een overstap naar een andere kerk ook tot een weloverwogen keuze. Soms heb ik de indruk dat er tegenwoordig eerder een impulsieve overstap wordt gemaakt. Want die andere kerk lijkt toch heel veel op die van mij, maar dan net even anders. En God wordt daar toch ook gediend? Waarom zou ik dan nog blijven als ik het niet zo fijn meer vind? We zoeken niet meer wat ons bindt, maar vertrekken zodra we iets ontdekken waarin we het niet met elkaar eens zijn. Ik denk dat onze  aandacht voor de ander hierdoor meer en meer verslapt.

Geldt dit voor iedereen? Nee, natuurlijk niet. Het is maar een mening, een mogelijke verklaring voor het leeglopen van kerken. Maar voordat je nu gerustgesteld achterover gaat hangen omdat je niet tot deze groep behoort, wil ik vragen of je over het volgende wilt nadenken. Is mijn ontevredenheid over bepaalde zaken in mijn kerk belangrijk genoeg om bij mijn broers en zussen weg te lopen? Hoe groot is mijn ego, kan ik daar nog overheen kijken om de ander te zien staan? Wil ik met broers en zussen leven zoals God dit vraagt, of is het belangrijker dat het in de kerk gaat zoals ik vind dat het zou moeten gaan?

Echt, broers en zussen. Het voelt als “iemand verliezen” als één van jullie een keuze maakt om naar een andere kerk te gaan omdat het niet gaat zoals jij het graag zou willen.
Tegelijk heb ik het vaste vertrouwen dat God niet loslaat. Hij waakt over zijn kinderen, in welke kerk zij ook zitten.
Ook dit is verliezen in vertrouwen.

Een fijne week.

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties