Vensters van de ziel

venster van de zielVaak staat ze er wat afstandelijk bij. Net of het hele gesprek haar niet aangaat. Een afwezige blik in haar diep in de kassen verscholen ogen. Op een andere tijd en een andere plaats stralen diezelfde ogen, sprankelend en levend. Maar nu zijn ze glansloos, mat. Als haar iets rechtstreeks gevraagd wordt, verschijnt er een vluchtige, droevige glimlach op haar gezicht. Ze beantwoordt de vraag en vervalt dan weer in afwezigheid. Haar geest ergens anders. O ja, ze staat naast haar man, maar is in gedachten mijlenver weg. Ook van hem. Ze is alleen. Eenzaam tussen alle mensen.

Haar huwelijk was het product van een redeloze verliefdheid gepaard met een radeloze vlucht uit huis waar een man belangstelling kreeg voor opgroeiende meisjes en een vrouw niet kon kiezen. Ze dacht, nee hoopte, dat het geluk haar zou inhalen als ze snel zou trouwen. Zelf zou ze het beter doen. Haar kinderen zouden niet hoeven te vluchten. Het ideaalbeeld van huisje, boompje, beestje was voor haar. Nooit had ze kunnen bedenken dat sleur net zo dodelijk kon zijn voor een relatie dan beschadigd vertrouwen.

Het was niet zo dat hij niet meer van haar hield. Maar hij was anders geworden. Hij was niet meer die energieke jongen, vol verrassingen, altijd attent en zorgzaam. Nee, hij was veranderd in een huisvader. De soort van dertien in een dozijn. Hij werkte voor hun levensonderhoud, kwam aan het eind van de dag moe thuis, werkte mee in het huishouden en deed het onderhoud aan het huis. Zo gewoon, zo alledaags, zo altijd hetzelfde, zo altijd dezelfde. Zo saai.

Nee, dan haar vrienden. Die van haar, niet die van hun. Die van hem bestonden niet. Die van hun waren van hetzelfde laken een pak. Dodelijk saai en burgerlijk. Energievreters waren het. Die van haar waren vrolijk, humoristisch, sportief. Daar kon ze een gesprek mee voeren tot in de late uren. Daar kon ze mee uitgaan, ook tot in de late uurtjes. Daar kreeg ze energie van. Soms, heel soms, droomde ze ervan dat ze met een van hen was getrouwd. Wat zou haar leven er dan anders uit hebben gezien. Zoveel levendiger, afwisselender, aantrekkelijker. Zoveel beter.

Werken aan je relatie om weer diepte te krijgen, ja daar had ze vaak aan gedacht. Nooit kwam het er van. Waarom wist ze zelf ook niet. Misschien was het wel een vertrouwd gevoel geworden. Zo in je eentje weg kunnen dromen van andere, betere tijden. Van andere, betere mensen. Oog hebben voor anderen en dan vooral voor hun problemen en zorgen. Daar leefde ze voor. Het gaf een gevoel van saamhorigheid. Zie je wel, ik ben niet de enige die het niet zo goed voor elkaar heeft. Er zijn lotgenoten. Samen zitten we in de put en dat bindt ons aan elkaar. Samen blijven we in de put zitten, want dat houdt ons bij elkaar. En als ze zo vol aandacht naar de ander luistert, dan stralen en sprankelen haar ogen. Dan leeft ze op. Daar leeft ze voor. Voor hun verhalen. Voor hun ellende. Even haar eigen misère vergeten, om daarna weer volop haar eigen leventje bewust te kunnen worden.

Natuurlijk waren er ook mensen die naar haar verhaal wilden luisteren. Die zagen dat er onder die vluchtige glimlach een betraand leven schuil ging. En af en toe mochten die mensen een glimp van haar ware ik opvangen. Een beschadigd, teleurgesteld en wanhopig meisje werd dan even zichtbaar. Altijd maar voor even. De luiken sloten zich zodra de gesprekken alleen nog maar over haar levensinhoud gingen en niet meer over die van de ander. Het kwam dan te dicht bij. Net of ze niet na durfde denken over een andere, betere levensinvulling. Was het huidige, kwellende bestaan dan zo vertrouwd geworden dat iedere verandering als een bedreiging werd gezien? Kon ze alleen nog maar genieten van haar verdriet?

Ze is een kind van God. Ze weet dat ze dat is. Vaak verwijt ze Hem dat haar leven niet gaat zoals zij het eigenlijk graag zou willen. Dan voelt ze zich nog ellendiger worden. Want ergens, diep van binnen, weet ze ook dat ze zelf diegene is die de toegang tot een beter leven tegenhoudt. Ze staat nog steeds niet toe dat God werkelijk helemaal zeggenschap krijgt over haar leven. Het is van haar. Het is haar leven. Zij bepaalt wel wat goed voor haar is. Niemand kan haar helpen. Haar helpen om haar angst voor het onbekende, betere leven te overwinnen. Allen hebben gefaald. Zij moet het alleen doen. Alleen de beslissing nemen. Niemand kan helpen, ook haar man niet. Vooral haar man niet. Want dan moet ze ook weer van hem gaan houden. Zoals hij nooit gestopt is van haar te houden. En dat is misschien wel het beangstigendst.

Hij wacht tot zij hem weer toelaat in haar leven.

God wacht tot zij Hem toelaten in hun levens.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s