Trouwstress

trouwenWát een week zeg. Een week vol feest en bescherming. Eigenlijk is de volgorde verkeerd. Het hoort te zijn: bescherming en feest. Ik zal uitleggen wat ik hiermee bedoel.

In de eerste plaats is het wel handig om te weten dat mijn tweede dochter deze week is getrouwd. Als voorbereiding hierop zijn wij, mijn vrouw, onze jongste twee kinderen en ik, twee keer naar het midden van het land getogen om in het nieuwe huis van onze trouwlustige dochter en haar toekomstige echtgenoot nog de laatste hand te leggen aan wat er zoal nog gedaan moest worden. De eerste keer reden mijn vrouw en ik nog met z’n tweeën. Tijdens de rit op de snelweg ontstond er ineens een opstopping, waarop mijn vrouw alleen nog kon reageren door de auto naast de voorganger te sturen, waar wij tot stilstand kwamen. Een fractie van een seconde later reageren had een ernstig ongeluk tot gevolg kunnen hebben. De bestuurder achter ons was gelukkig helder van geest en kon zijn auto ook op tijd tot stilstand brengen. Dan ervaar je voor de zoveelste keer in je leven dat de wereld wel afgeladen vol moet zitten met beschermengelen. Een dankgebed komt na zo’n beleving wel een stuk makkelijker over je lippen.

Op donderdag togen wij weer naar onze dochter, ditmaal vergezeld van onze twee jongste spruiten. Na een fijne avond met elkaar te hebben doorgebracht, pompten we onze luchtbedden op, waarna we gingen slapen. Normaal gesproken val ik als een blok in slaap, maar dit keer ging het niet zo snel. Het zal wel aan de spanning voor de volgende dag hebben gelegen. Maar enige tijd moet ik toch in dromenland hebben doorgebracht, want een uur of twee later werd ik wakker met mijn billen op de grond en alleen mijn benen en hoofd nog van de vloer gescheiden door een luchtlaag. Ook mijn vrouw werd wakker en we besloten om het luchtbed nog een keer van lucht te voorzien. Zo kwam het dat ik om twee uur in de nacht mijn lippen om de luchtinlaat van de matras sloot, mijn lichaam op de grond vleide en ongeveer een kwartier lang krachtig mijn ingeademde lucht in het bed uitademde, tot er weer voldoende lucht in zat om naar behoren verder te kunnen slapen, om er vervolgens achter te komen dat binnen anderhalf uur de vloer weer binnen bereik van onze achterwerken was gekomen. Het was nog donker, maar ik vond het laat genoeg om de matras te laten voor wat het was, namelijk een slap omhulsel met amper lucht genoeg om de bovenkant van de onderkant gescheiden te houden. Een korte douchebeurt was nodig om de resterende slaap uit mijn hoofd en lijf te verjagen en alvast te beginnen met mijn ontbijt. Hierdoor kregen de dames iets meer tijd om zich op hun beurt klaar te maken voor een lange, hectische dag. En dat zou het worden.

Na een poosje besloot ik dat het tijd was om mij in mijn feestdos te hijsen. Hiervoor had ik de beschikking over een pak, een riem, een overhemd, een stropdas en een paar nieuwe schoenen. Echter lagen deze dingen niet bij elkaar. Het pak, overhemd en schoenen lagen keurig op de plaats waar mijn vrouw ze had neergelegd. De riem en de stropdas bevonden zich nog in mijn eigen huis. En dat lag toch nog zo’n 150 km richting het oosten. Maar niet lang getreurd, ook in het midden van het land verkopen ze stropdassen en riemen, tenminste dat dacht ik. Nadat ik had uitgezocht waar zich in de plaats van mijn dochter de kledingzaken bevonden, toog ik vol goede moed naar het winkelcentrum. Na enig zoeken vond ik een kledingzaak die net zijn deuren opende en waar ik in mijn beste nederlands vroeg of zij ook stropdassen verkochten. Dat bleek het geval. Ik had keus uit een voorraad van ongeveer 20 stuks. Maar ja, ik zocht een das die moest matchen bij mijn kleren én de kleren van mijn echtgenote. En in haar kleding was de kleur “champagne” verwerkt. Op mijn vraag aan de verkoper, een slungelig type van een jaar of veertig, of er zich in zijn voorraad ook stropdassen bevonden die ook maar iets van champagne in zich hadden, kreeg ik het vage, ontwijkende antwoord: “Ja, het is maar net hoe je ‘champagne’ interpreteert, nietwaar. De een ziet er dit in en de ander bedoelt weer iets anders. Dus u begrijpt dat ik dit niet zo eenvoudig kan beantwoorden.” Zie zoiets maar eens uit je strot te krijgen als je een minuut na opening van je winkel een eerste klant te woord moet staan. Ik zou het niet voor elkaar krijgen. Ik keek waarschijnlijk erg sullig, want hij vervolgde: “Maar ik heb wel andere stropdassen hoor.”, waarna hij mij enkele gekleurde dassen aanbood in de kleuren felgroen, felrood en knalblauw. Allemaal prachtig hoor, maar vlaggen op de bekende modderschuit. Ik had al besloten dat het in deze zaak niets zou worden, daarom vroeg ik aan de verkoper of er zich in dit winkelcentrum nog meer kledingzaken bevonden waar ze stropdassen verkochten. Met een blik ergens in het midden tussen medelijden en leedvermaak zei de verkoper dat zij de enige zaak waren die over een collectie dassen beschikte. Ik heb hem verteld dat hij dan zo ongeveer de gelukkigste man in dit dorp en verre omstreken moest zijn en ik de man met de meeste pech. In blinde paniek schoot ik de enige andere klant in de winkel aan, gelukkig een vrouwspersoon. Ik vroeg haar of zij een das in deze fantastische collectie kon vinden die zowel bij mijn outfit paste als bij de kleding van mijn vrouw. Een korte blik op het rijtje dassen verraadde meteen de kenner. Een stapje naar voren, een gedecideerde greep en daar haalde zij zowaar een exemplaar tevoorschijn die de kritische toets van mijn vrouw waarschijnlijk zou doorstaan. Dolgelukkig heb ik haar gezegd dat mijn dankbaarheid bijna aan hondsdolheid grensde, waarop zij enigszins gehaast de winkel verliet. Vreemde mensen, die midden-nederlanders! Vervolgens kon ik in deze winkel nog de hand leggen op een lederen riem, waarna ik twee attributen rijker en 85 euro armer het pand mocht verlaten.

In het huis van mijn dochter en aanstaande schoonzoon was het intussen aardig druk geworden. Dit zijn dan meestal de momenten dat ik een rustig plekje opzoek en alles van een afstandje in mij opneem. Zo voorkom ik dat ik als bliksemafleider moet fungeren en kan ik de boel ook niet verder frustreren met allerlei onhandige opmerkingen. Ja, ik ken mijn beperkingen!

De hele dag kende een aantal hoogtepunten. Natuurlijk het gemeentehuis waar het burgerlijk huwelijk werd gesloten. De locatie waar de trouwfoto’s werden genomen. Waar dat plaatsvond houd ik nog even voor mij. Jullie wachten maar tot de foto’s verschijnen. Dan de plek waar het diner en de avondfestiviteiten plaatsvonden. En als hét hoogtepunt: de kerk. Een plaatje van een locatie. Volgens mij kan ik dit wel verklappen, het was in Fort Blauwkapel. Zoek maar eens op waar het ligt.

Een fantastische trouwdienst, waarbij ik voor de tweede keer een dochter naar het altaar mocht leiden. Als vader super-trots en gigantisch zenuwachtig. Trots dat mijn dochter ging trouwen met een lieve, zorgzame man. Trots dat zij God ook in hun huwelijk willen dienen en dat wilden bekrachtigen onder het toeziend oog van vele getuigen. En zenuwachtig omdat ik gevraagd werd om voor te gaan in een gebed voor hun huwelijk. Enkele dagen daarvoor had ik contact gehad met de voorganger. Hij bood aan om de voorbede voor mij uit te schrijven, maar dat wees ik hoogmoedig van de hand. Dat kon ik zelf ook wel, dacht ik. Tenslotte had ik wel vaker voor grotere groepen mensen gesproken, dus in zo’n klein kerkje zou het helemaal geen moeite kosten. Ik had totaal geen rekening gehouden met mijn eigen emoties op de trouwdag van mijn dochter. Zodoende zat ik met een brok in mijn keel en met een knoop in mijn maag te wachten tot ik naar voren mocht komen om het gebed uit te spreken. Met Gods hulp is het gelukt, maar ik beloof met de hand op het hart dat ik hier niet weer zo lichtvaardig over zal denken.

Ik wens mijn dochter en schoonzoon een heel gelukkig huwelijk toe en bid dat zij zich afhankelijk blijven weten van God hun Vader.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

2 reacties op Trouwstress

  1. margriet zegt:

    Oh henk wat een mooi verhaal, toestand met je stroodas!
    moest er echt om lachen, ik zie je zo lopen!
    gefeliciteerd nog!

  2. David zegt:

    Hè Henk wat een strop hè die vergeten das,dat wordt de buikriem aantrekken nu!!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s