Gekrenkte trots

Wekelijks moet ik voor mijn werk met de trein naar het zuiden afreizen. Meestal gaat dat goed en verloopt de reis zonder problemen. Vandaag niet.
Een lange trein, volgepakt met reizigers, vertrekt vanuit het oosten richting het westen. Op ieder station meer mensen in zich opnemend.
Drie stations verder moet ik overstappen in een trein naar het zuiden. Normaal gesproken is het druk, maar meestal heb ik wel een zitplaats.

Hoe anders ging het deze dag. Vlak voor het derde station werd omgeroepen dat er op het verdere traject een storing was waardoor de reis bij het vierde station zou eindigen. Als je tenminste richting het westen ging.
Het advies was daarom over te stappen in de trein richting het zuiden en dan halverwege weer een overstap maken richting Nederland centraal.
Waar normaal gesproken enkele tientallen mensen de overstap maken naar het zuiden, probeerden nu enkele honderden ditzelfde te doen. Allemaal in míjn trein, die anders ook al behoorlijk gevuld is. Ik begrijp nu hoe een sardientje met claustrofobie zich in een blikje met tomatensaus voelt. Laat ik het zo zeggen: je bent niet alleen!

Alle zitplaatsen bezet evenals alle staanplaatsen. Zelfs op plaatsen waar je normaal gesproken niet eens wíl staan stonden mensen geparkeerd.

En tot verbazing van mij en alle medereizigers werkten zich op elk tussenstation nog andere passagiers in de trein. Zo stonden er in het portaal, waar ik nog een plaats had weten te bemachtigen, ongeveer 20 tot 25 mensen. Bij de tweede tussenstop riep een mevrouw luidkeels vanaf het perron: “Mensen, willen jullie even opschuiven zodat ik er ook nog bij kan!”, zo blijk gevend geen oog hebben voor de situatie van 25 medemensen

Het was in dit overvolle portaal dat mijn ego een flinke deuk opliep. Vol jeugdige overmoed leunend tegen een stang van de treindeuren stond ik mijn tijd uit te zitten. Stiekem trots op mezelf dat ik toch nog mooi in staat was om zolang te blijven staan. Tot een zittende veertiger medelijdend aan mij vroeg: “Meneer wilt u even op mijn plaats zitten?”

Tot dat moment had ik niet verwacht dat mij nog iets ergers kon overkomen dan vermoeid van het lange staan mijn werkdag te mogen beginnen. Komt er zo’n snotneus en vraagt of je op zijn plek wil gaan zitten. Allerlei gevatte antwoorden schoten mij op dat moment te binnen variërend van “Nee dank je, ik ben nog jong.” tot “Volgens mij heb jij het meer nodig dan ik”. Maar ja, om dat in een ruimte te roepen waarin meer dan 25 getuigen het tegendeel kunnen bewijzen, dáár is pas echt moed voor nodig. En zo dapper ben ik niet.

Als ik hier, nu enkele uren later, aan terugdenk ben ik iets genuanceerder. Van al die mensen in die overvolle ruimte was er tenminste een die het fatsoen had om in deze, ook voor hem benarde situatie, aan een medemens te denken.

Ik moet nu even slikken en mijn trots naar achteren schuiven. Vooruit daar gaat ie dan: Beste veertiger, bedankt. Bedankt dat je aan een ander dacht. Bedankt dat je niet egoïstisch was. Bedankt dat je aan mij dacht. Bedankt namens een (dit doet wel heel erg pijn!!!) oude(re) man. Het ga je goed.

PS

En waag het niet om over een rollator te beginnen!!!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s