Murenbouwers

Pas geleden had ik een heel fijn gesprek, waarna ik besefte dat ik een flinke muur om me heen aan het bouwen was. Dat bracht me op het volgende verhaal. Het is een van mijn eerste probeersels. Zeker niet foutloos, maar ik plaats dit om te kijken of het bij een breder publiek in de smaak valt. Ik vind het fijn als je hierop wilt reageren.

Murenbouwers

“Kom eens kijken naar mijn muur”, zei de man vol trots. “Hij is hoog, maar niet te hoog. Als ik spring kan ik er nog best overheen kijken. Zo houd ik contact met de wereld, terwijl ik toch lekker achter mijn muur kan zitten en van de wereld geen last heb. Ik kan hier genieten zonder dat ze me te dicht op de huid zitten.”

“Dat is toch geen muur”, zei de tweede man. “Nee, dan die van mij. Hij is groot en stevig. Niet alleen ikzelf ben niet te zien, maar alles wat van mij is past er achter. Ze hoeven toch niet te weten wat ik heb en hoe het er bij mij uitziet?” En eerlijk is eerlijk, het was een prachtige muur. Gebouwd met zorg en de beste materialen. Daarmee vergeleken was de muur van de eerste man maar een slordig in elkaar gezet bouwsel.

“Noemen jullie die prutsdingen muren?”, klonk de stem van de derde man terwijl hij vol trots op een muur van gewapend beton klopte. “Kijk eens wat hier staat. Anderhalve meter dik. Gebouwd van het sterkste beton. Laat ze maar komen. Ik ben er klaar voor. Mij zullen ze niet  zien. Never nooit niet.”

Dat lieten de eerste twee mannen niet op zich zitten en ze begonnen hun muren verder uit te breiden. Elkaar adviezen toeroepend. Want ja, als je achter een muur bezig bent moet je wel roepen om verstaan te worden. Het duurde dan ook niet lang of hun woorden kwamen maar half over. En als je maar de helft verstaat, dan moet je de rest van de tekst zelf maar verzinnen. Maar of je dat lukt is maar zeer de vraag.

Ook de derde man bouwde verder en verder. Al snel was zijn commentaar al helemaal niet meer te verstaan. Zijn bouwsel overtrof het begrip “muur”.” Atoombunker” zou een passender benaming zijn. Zijn twee bouwgenoten kregen niets meer mee van wat er door hem gezegd werd. Hun reactie was dan ook: “Je bekijkt het maar. Als je niet meer met ons wilt praten, dan hebben wij jou ook niets meer te zeggen.”
Binnen in het bolwerk heerste oorverdovende stilte. De derde man werd er horendol van. Maar geen nood. Voor ieder probleem was er wel een oplossing. Een grote stereo-installatie en TV maakten snel een einde aan de stilte in het gebouw. In hemzelf bleef het stil. Hij omgaf zich met luxe, maar ook dat kon de eenzaamheid niet stoppen.

Zo leefden ze jarenlang, gescheiden door hun muren, naast elkaar. Niemand ziend en daardoor hun eigen beeld van anderen en van de wereld vormend. En dat beeld was donker, somber en vol wrok.

Op een warme zomerdag blies de wind het zaad van uitgebloeid gras door de straat van de murenbouwers. Het zaad werd tegen de muren geblazen en bleef daar op de grond liggen. En omdat de door God geschapen natuur zich niet laat stoppen door bouwsels van mensen, begon het zaad te ontkiemen en weldra groeide en groeide het. De mannen zagen dit alles niet, anders hadden ze er vast ruzie over gemaakt bij wie het mooiste, meeste of groenste gras groeide. Maar zoals gezegd, niemand zag het.

Iedereen die in de natuur een beetje om zich heen kijkt kent de kracht van planten. Zij zijn in staat om grote bouwwerken te slechten. En dat gebeurde ook hier. Eerst ontstonden er kleine scheuren in de muren die snel door hun bewoners werden hersteld. Want onderhoud aan hun muren pleegden ze! Dat moest je ze wel nageven. Maar na verloop van tijd won het gras het van het het onderhoud. De mannen hadden geen idee waardoor hun muren zo verzwakten, maar door hun negatieve gedachten over de boze buitenwereld dachten ze dat de “anderen” uit jaloezie hun muren neerhaalden. Maar ze zouden er klaar voor zijn. Wacht maar af!

Door een speling van de natuur werden de drie muren bijna gelijktijdig door het gras geveld. Achter hun muren zaten de mannen, opgefokt als ze zichzelf hadden, met gebalde vuisten op hun tegenstanders te wachten. Ze zouden ze mores leren, die achterbakse, gemene, gluiperige gladjanussen. Hoe durfden ze rustige mensen, die alleen maar met rust gelaten wilden worden, zo aan te vallen.

En toen de muren vielen, zagen ze de ander en hoorden ze de ander. En de ander… leek op henzelf. Sprak als zij. Was even bang als zij. Even kwetsbaar. Even eenzaam.

Nood drijft mensen tot elkaar. Maakt problemen bespreekbaar. Verdriet wordt gedeeld. Nu hun muren waren verdwenen kregen ze weer oog voor elkaar en spraken ze met elkaar. Wisselden hun ervaringen uit. Spraken af dat dit nooit meer zou gebeuren.

Deze mannen hebben geleerd van hun ervaringen. Het was een harde leerschool in een leven dat gekenmerkt werd door eenzaamheid, achterdocht en verdriet.

Herken je dit in je eigen leven, kijk dan eens of de muur die je hebt gebouwd niet beter afgebroken kan worden in plaats dat je hem onderhoudt en uitbouwt. Laat toe dat God je hierbij wil helpen. Laat zijn gras maar groeien.

Advertenties

Een reactie op Murenbouwers

  1. Gijs zegt:

    Prachtig Henk
    raakt me écht
    Ga zo door
    Gijs

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s